Er is iets dat gloeien mag
en het heet sociale cohesie (met een mooi woord)
maar zullen we het vonkjes noemen?
misschien dat ze nog naflikkeren van de oerknal
maar misschien geloof je daar niet in
misschien geloof je in iets anders,
in de islam
of ubuntu (behalve als iemand je plek in de bagels&beans heeft ingepikt)
in het animisme
of misschien ben je nog niet klaar met kerkshoppen
maar stel dat een vonkje datgene is wat klein is en mooi en warm
een matcha latte die op een cafétafeltje wordt gezet
maar dan eens
naast een pakje zware van nelle,
en die weer naast een glas water vol zorgen
het is glimmen van de vaseline
het is een olijf die van de zijkant van een buurtbordje op een ander buurtbordje - lust jij die? - wordt geschoven
het is trots zijn op je vier maanden Utrecht
ook dat is een vonkje
het is dromen in de taal van je geliefden
en spreken in de woorden van je oma (dat mooie witte gewaad heeft ze weggegeven maar alles gaf ze ervoor terug)
het is een hond die een fotolijstje én een mensennaam verdiend,
die nog net geen mensengesprekje met je kan hebben,
maar die aan voorbijgangers snuffelt zodat zij dat kunnen doen
het is een eerste stap naar een nieuw café in Leidsche Rijn
het is iemand laten voetballen met je linkerschoen
het is het moment dat je niet iets dóét vóór een ander
maar iets bént mét een ander
bijvoorbeeld een groep in een blauwe zaal
die samen naar het plafond kijkt
en denkt
verhip
hoe geven ze die planten water?
en het is applaus,
sowieso is het applaus,
dat zijn heel veel vonkjes achter elkaar,
en het is een gedeelde lach
want iedereen hóúdt ervan om te slapen
en toch komen we ons bed uit,
om te werken,
maar toch: met werk zijn we al klaar,
het is nu 10 voor half 10 en dat had al bedtijd kunnen zijn,
en we zijn nog op
want we geloven ergens in,
in vonkjes of in zin,
gemeenschap- of anderszins,
in ontvangen maar vooral in geven,
in dat de dom uit piepkleine steentjes bestaat,
en een avond uit mensen,
die zelfs na wat-bedtijd-had-kunnen zijn,
eventjes
een wij vormen.


